autisme en prikkels

Iedereen weet wel dat autisme en prikkels op de een of andere manier bij elkaar horen. Het klinkt logisch en tegelijk is het soms nog een groot raadsel. Want soms zoeken mensen met autisme omgevingen op die helemaal niet prikkelarm zijn. Deze week las ik het boek ‘Alleen met mijn wereld‘ (aff.) van Wessel Broekhuis en daar is dit raadsel zo ongeveer het hoofdthema. Ik vond het leerzaam om zijn gedachtegangen te lezen.

Het boekje is geschreven in 2010, toen was Wessel 16 jaar oud. Het boekje is een relaas over ‘hoe ik leerde leven met autisme’. Wessel voelt zich alleen met zijn wereld, alleen in zijn wereld. Maar hij heeft zich in zijn tienerjaren ontwikkeld tot een jongere die met behoud van zichzelf met anderen kan leven.

Autisme en prikkels

Wessel heeft een bijzondere manier van schrijven omdat hij een bijzondere manier van denken heeft. En daarom geeft het inzicht in hoe hij denkt en daarmee waarschijnlijk ook hoe meer mensen met autisme denken. Een alinea raakte mij in het bijzonder omdat het zo duidelijk verwoord wat in andere boeken over autisme (nadruk op óver) beschreven wordt:

Na een hoop wikken en wegen werd besloten om naar La Place te gaan, een groot restaurant in de Kalverstraat, de shopstraat van Amsterdam. Ik had al geen goede ervaringen met die plek, het is daar altijd zo druk! Na een heel eind fietsen van school naar daar, en een heel gedoe om iedereen op de juiste plek te krijgen, bleek het daar ook nog eens loeiwarm en ontzettend vol te zijn. Mijn oren tuitten. Als afscherming kon ik slechts mijn handen ertegenaan drukken. Wat een nachtmerrie! Zoveel mensen, zoveel geluid en kleuren, zoveel indrukken. Ik haat die plek als het er zo druk is, ook als met mij bijvoorbeeld mijn ouders ben. Ik kan niet tegen dit soort plaatsen en situaties. Ik voel me dan leeg, als vee dat door een hogere macht beheerst wordt. Een verkeerde stap en ik val in een pot kokende zintuig verterende lava: want dit is de Hel.”(blz. 22)

Je ziet hem zitten daar in La Place. Als je mensen met autisme kent dan herken je de blik die hierbij hoort. Als je zelf gevoelig bent voor prikkels dan herken je dit ook in bepaalde mate. Gelukkig zijn zijn vrienden ook mee naar deze hel: “Hun rustgevende aanrakingen en vriendelijke stemmen en glimlachen trekken me omhoog uit de diepe put waarin ik val, en geven me de kracht om aan mijn mentor te vragen of ik eerder weg mag”. (Blz. 22)

Het is meer dan prikkels

Als je dit citaat goed leest dan merkje dat het niet alleen om prikkels gaat. Het gaat ook om herinneringen en om verwachtingen die het lastig maken om de situatie aan te kunnen. Er is een negatieve herinnering aan een eerder bezoek. De weg naar La Place toe is chaotisch en dus komt Wessel al overprikkeld aan in La Place. En als het daar dan ook nog druk en warm is dan lukt het eigenlijk niet meer. Hij loopt maar achter klasgenoten aan en doet maar wat de rest ook doet. Hij maakt geen eigen keuzes meer. Dat er daarna een rustig moment komt, maakt al niet meer uit eigenlijk. Zijn vrienden hebben een rustgevend effect en dat maakt het nadenken weer mogelijk. De vrienden begrijpen dat hij weg moet uit deze situatie en bieden hem de juiste handvatten aan.

Hij voelt zich leeg. Naar gevoel, maar een mooie uitdrukking om aan te geven dat het gewoon niet meer lukt. Een herkenbaar moment denk ik voor veel lezers. Dit zijn de leerlingen die onderweg gaan naar school maar halverwege toch weer omkeren en naar huis teruggaan. Dit zijn de leerlingen die zich afmelden halverwege een lesdag omdat het niet meer lukt. Zijn het ook de leerlingen die vreselijk boos en teleurgesteld thuiskomen terwijl er eigenlijk maar 1 ding echt verkeerd ging op een dag?
Nog een keer: “Ik voel mij dan leeg, als vee dat door een hogere macht beheerst wordt”.

Autisme en zelfgekozen prikkels

Wat voor beeld krijg jij van Wessel als je bovenstaande leest? Is het iemand die met een boek in de hoek gaat zitten? Iemand die zich het prettigst voelt op zijn eigen kamer waar hij striptekening maakt? Nee dus, Wessel is een heavy metal fan. Hij houdt vreselijk van ruige muziek en met zijn lange haren gaat hij headbangen en moshen.

Tijdens een concert of op Lowlands voelt hij zich heerlijk. (Al gaat er spanning aan vooraf) Maar hier kiest hij de situatie zelf, hij weet wat hij verwachten kan en hij heeft er positieve ervaringen mee. En daarom lukt het.

Op school merk ik ook verbazing als bepaalde leerlingen die als ‘prikkelgevoelig’ bekend staan toch aanwezig zijn bij een schoolfeest of bijvoorbeeld werken in de horeca. Maar het raadsel van de autisme en prikkels wordt denk ik opgelost door ‘autonomie’: zelfgemaakte keuzes en het gevoel van controle.

Autisme op school

Het boekje is wel een aanrader vind ik, want Wessel laat heel mooi en puur zien hoe zijn gedachtegang is. Er zitten mooie filosofische gedachten bij. Lees dit bijvoorbeeld op blz. 155: “Waarover ik fantaseer, wat ik droom te zijn, is eigenlijk wat ik al ben. Elke dag kom ik dichter bij mezelf”. Tegelijk laat het zien hoe ongelooflijk moeilijk het leven voor iemand met autisme is. Lees hierover ook eens mijn blogje ‘Niets te merken van autisme‘.

Ik lees het boekje met mijn school in mijn achterhoofd. Bieden we de leerlingen met autisme voldoende keuzevrijheid? Bereiden we bijzondere momenten goed genoeg voor met deze leerlingen? Mogen ze onderdelen van bijvoorbeeld een introductiedag skippen omdat ze aangeven ‘leeg’ te zijn, of vinden we dat ze er maar mee moeten leren omgaan? (Lees ook het blog ‘overprikkeld thuisblijven van school’).

Dit vind je ook leuk

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.